Schneifel ontdekken

tussen mijnbouwgeschiedenis en vooruitziendheid

De Schwarze Mann is met 697 meter het op twee na hoogste punt van de Eifel en domineert de bergkam van de Schnee-Eifel, vlakbij de Belgische grens. Je kunt je verheugen op een open, bosrijk hooglandschap met weidse uitzichten over het Prümer Land tot in de Ardennen – een rustig startpunt voor wandelingen over de Schneifelrug.

De ongeveer 15 kilometer lange Schneifel staat onder invloed van het Atlantische klimaat: het is hier vaak koeler, winderiger en regenachtiger dan op lagere hoogten. Hierdoor ontstaan bijzondere leefgebieden zoals hoogveengebieden, zoals het Rohrvenn. De bossen, die voornamelijk uit sparren bestaan – overblijfselen van historische bebossingen na intensieve ontbossing voor de ijzerindustrie – bieden tegenwoordig een toevluchtsoord voor zeldzame diersoorten zoals de wilde kat; op de noordelijke helling ontspringt bovendien de Alfbach. De zendmast Schnee-Eifel, gebouwd in 1965 en tegenwoordig 105 meter hoog, bepaalt als technisch herkenningspunt het silhouet, maar is niet toegankelijk.

De naam „Schwarzer Mann“ verwijst niet naar een legendarische figuur, maar naar de door de loodertswinning zwartgeblakerde gezichten van de mijnwerkers uit Bleialf. Op de top herinnert een Tranchot-steen aan de Napoleontische landmeting en vormt een stil cultuurhistorisch accent midden in de natuur.

Vragen over de Schwarzer Mann?

Hier vind je een lijst met veelgestelde vragen voor je planning en bezoek aan de Schwarzer Mann.

Een kijkje in de Schneifel